Lieve Julien,
Ik weet het nog goed. Je papa en ik zaten samen in de auto toen ik hem vertelde dat ik zwanger was. Hij was zo fier. We hielden het nog even voor ons, maar rond 7 weken zwangerschap werd ik plots erg ziek. Daarom besloten we het toch al te vertellen aan je omi & opi en aan bompi & bommi.
Bij omi en opi voelde het wat ongemakkelijk. We waren bezig met de voorbereidingen van de zomerbar en ik was zo misselijk. Ik zei tegen je papa: “Zeg het nu maar hé.” Maar hij zweeg, en dus vertelde ik het zelf. Omi speelde op veilig en bracht het nieuws verder aan opi.
Bij bompi en bommi waren we op de foor in Gent geweest, nadat je broer op alle draaimolens had gezeten. We sloten af met een grote zak oliebollen op een terrasje. Je papa en ik gaven hen een mini-rompertje. Toen ze het openmaakten, zei bommi “Oooo, proficiat!”, en bompi kreeg kippenvel. “En dat betekent…?” vroeg hij. Ze waren allemaal zo trots.
Even later, op 8 weken, gingen we voor het eerst naar de gynaecoloog. Een klein beetje stress, want jouw broertje Maurice wist nog niet dat je op komst was. Hij zag je. Toen zeiden we het: “Er zit een baby in mama’s buik.” Zijn oogjes fonkelden. Hij was zo trots. Je groeide goed, we waren blij, het kon niet beter zijn. Op mijn verjaardag vertelden we het ook aan nonkel Michael en tante Kimberly. Tante Kimberly had al even een vermoeden maar we probeerden toch te zwijgen. Ze waren ook blij. Op diezelfde dag hebben je papa en ik besloten om bompi & nonkel Michael als peter te kiezen. Gelukkig had bompi zijn zonnebril aan, want die had wel wat tranen in de ogen. Ook nonkel Michael was blij. Ze zeiden beiden: “Ja.” Iedereen was ingelicht. Het werd tijd om te genieten.
En eerlijk, ik heb genoten van elke seconde dat ik je heb mogen dragen in mijn buik. Rond 11 weken zwangerschap werd ik super ziek. Ik kon niet meer eten of drinken, dus besloten de artsen mij op te nemen in het ziekenhuis. Na een kleine 3-tal dagen was ik terug klaargestoomd en kon ik met een gerust hart verder. Eindelijk, dachten we, de 12-weken-echo. Een speciaal moment. Alles was in orde, geen verdikte nekplooi, je groeide super goed en alles leek in orde te zijn. Ook schreef de gynaecoloog toen op een briefje wat jij zou worden. We liepen nog maar in de gang, terug naar de auto, en je papa zei: “Geef dat briefje eens hier.” Ik twijfelde maar gaf het hem uiteindelijk. Hij keek, lachte & zei: “Oké, nu kunnen we verder.” Hij was fier. Ik keek hem aan en zei: “Je moet wel de NIPT-test afwachten hé.” Maar ook die uitslag controleerde hij direct. Ik koos ervoor om te wachten, tot de genderreveal. Op de dag van de genderreveal stonden we allemaal buiten. Mijn handen begonnen te zweten en ik had het gevoel dat ik al moest wenen terwijl ik nog niets wist. Het waaide heel hard. De uitkomst zou uit een mooie doos komen die tante Kimberly had voorzien. We stonden er: wij, je broer & de 2 peters. En toen vloog het deksel al open. Alles werd blauw. We waren zo ontzettend blij. Ik hoorde het je papa nog zeggen: “’T is een echte Verstuyf hé, protteke.”
Mijn buik groeide, we konden het niet meer wegsteken. Daar gingen we weer. 15-weken-echo: alles was goed. We gaan met een gerust hart naar huis. Niet het gevoel dat er met jou nog iets zou kunnen misgaan. Niet veel later gingen we terug. De 20-weken-echo, terwijl we eigenlijk al 21 weken ver waren toen. Alles leek goed, maar plots werd het stil. De gynaecoloog begon stevig te zoeken naar “iets” dat ontbrak. Nietsvermoedend zocht ze verder. Plots waren we 30 min verder. Ik dacht het al in mezelf: niet nog eens… Plots kwam het: “Sorry, maar de baby heeft een achterstand van een dikke 2 weken & we vinden de verbinding tussen de 2 hersenhelften niet.” Het werd stil. De tranen rolden over mijn wang. Alles werd zwart voor mijn ogen en plots was ik niet meer bij het verhaal. “We zullen u doorverbinden naar UZ Gent, hou de moed erin, alles kan nog goed komen.” Dus dat deden we ook. We herpakten ons, schoven ons onwetend verdriet langs de kant en we waren er zeker van: met jou kwam alles goed.
Daar gingen we, op naar UZ Gent. Alles bleek te kloppen en alles werd bevestigd. We kozen dan maar voor een vruchtwaterpunctie, niet zonder risico. De dag nadien was het zover: de punctie gebeurde. Ik trilde, de tranen liepen opnieuw over mijn wang, ik was zo bang. Gelukkig was je papa er, hij hield mijn hand vast en stelde me gerust. We kregen de volledige uitleg: 6 weken wachten tot we de uitslag zouden weten. Daar hadden we geen zin in. 6 weken onwetendheid. Maar het moest. Alles om maar te weten dat het zeker goed ging met jou. Maar plots, na een dikke week, ging de telefoon. We waren aan het werk dus konden niet opnemen, maar je papa belde de dag nadien direct terug. “Sorry mevrouw De Paepe, er is een ernstige vorm van een zware handicap vastgesteld bij jullie kindje.” Opnieuw deden ze de volledige uitleg. Mijn oren sloegen toe en ik hoorde niets meer. Ik liep naar boven, ik was volledig in shock, ik begon te wenen en je papa pakte me stevig vast. “Waarom, waarom jij?” zei ik nog. De dag erna opnieuw naar UZ Gent. De weg kenden we ondertussen al. We gingen binnen bij genetica, een oud, kil gebouw. Daar werd alles nog eens opnieuw verteld. Een enorme klap in ons gezicht. “We zouden jullie willen vragen om een nuchtere keuze te maken & de zwangerschap te beëindigen.” Alles werd geregeld. Er werd een datum geprikt dat we zouden binnengaan op het verloskwartier.
Ik was bang, super bang. Een epidurale, jouw hartje stilleggen. Het was allemaal superhard. Je ligt gebroken in je bed. Maar na dat alles wouden we maar 1 ding en dat was je zo snel mogelijk ontmoeten. Plots, op dinsdag 19 augustus, zetten de weeën door. Ik kreeg veel pijn, ondanks de epidurale. Ik maakte je papa wakker. Hij ging snel nog roken. Maar hij kwam beneden en kreeg al een berichtje van me: “Haast je,” stuurde ik. Terwijl duwde ik op de rode knop. De vroedvrouw en je papa stormden binnen. Ze zag hoeveel pijn ik had. Alles werd klaargelegd en toen was je er al. Onze lieve kleine Julien. Wat een klein maar mooi ventje kwam daar plots piepen. De tranen rolden nu niet over mijn wangen maar wel over die van je papa. Het werd stil. “Dikke proficiat,” zeiden ze, “& heel veel sterkte.” Een dubbel gevoel, maar we waren blij. We waren mama en papa geworden van een prachtkind. Je lag zo mooi daar, in mijn armen. Nog een beetje warm. We besloten om het te houden als een mooi moment. De vroedvrouwen namen je mee. We zouden je terugzien als je broertje op bezoek zou komen. En wat waren we blij dat we je terug zagen. Maurice kwam binnen, heel onwetend, maar hij kriebelde jou een beetje. “Klein broertje,” zei hij, “ik wil hem vasthouden.” Toen hij je vastnam, voelden we ons zo compleet. Ons gezinnetje van 4. Maurice zei het nog: “Kga broerke meenemen hé naar huis, hij mag bij mij slapen hoor mama.” We legden hem uit dat je hartje niet meer klopt. Dat je nu een vlindertje bent geworden. Hij begreep het niet, heel verstaanbaar.
Lieve Julien, we hebben zoveel verdriet om jou. Het doet ons echt pijn. We zijn gebroken binnenin. We voelen ons leeg, terwijl ons hart wel is gevuld met zoveel warmte door jou. We zijn verbonden voor het leven. Je zal voor altijd ons klein lief baby’tje blijven. Ons lief klein zacht Julientje. Zo’n kleine handjes, kleine voetjes. Alles zo mini en fragiel. Samen met je broer zijn jullie het mooiste geschenk dat we ooit gekregen hebben. Onze 2 prachtige zonen.
Lieve Julien, ik ga hier afsluiten, terwijl ik liever had dat ons verhaal nog duizenden pagina’s zou bevatten. Jou nooit mama of papa horen zeggen, wetende dat je nooit zal samenspelen met je broer, geen huilbuien, geen lachje. Het blijft gewoon stil. Mijn waarom blijft. Maar mijn hart is wel volledig gevuld. Met alle liefde van onze 2 kinderen. Lieve Julien, verhalen over jou zullen we blijven vertellen. In ons hart zal je blijven verder leven. Word nu maar een mooi sterretje aan de hemel en dat mooie vlindertje dat voorbij komt vliegen. Ik mis je & ik hou van jou.
Dikke kus en knuffel.
Liefs, mama.